
Bij brand telt elke seconde. Een vluchtweg werkt alleen als iedereen er gebruik van kan maken. Dat geldt voor medewerkers, bezoekers en klanten, ook als zij een rolstoel, rollator of scootmobiel gebruiken. Bij drempels en vluchtwegen draait het dus om meer dan een uitgang op de plattegrond. Een kleine opstap kan bij een evacuatie het verschil maken tussen snel buiten staan en vastlopen. Waar zitten de risico’s, en wat kun je er zelf aan doen?
Bij een evacuatie willen mensen zo snel mogelijk naar buiten. Er ontstaat drukte in gangen en bij deuren. Een drempel die dagelijks nauwelijks opvalt, wordt dan ineens een struikelblok. Voor iemand in een rolstoel is een hoge drempel zelfs een onneembare hindernis. Ook wie slecht ter been is, loopt bij een opstap meer kans om te vallen.
Kijk daarom naar je vluchtroute vanuit de zwakste schakel. Wie heeft de meeste moeite om naar buiten te komen? Lees ook hoe je ongelukken bij verminderde mobiliteit voorkomt. Zo pak je risico’s aan voordat ze een probleem worden.
Drempels zijn niet het enige probleem. Ook smalle deuren, zware deuren, trapjes bij een nooduitgang en spullen in de gang vertragen een evacuatie. Denk aan geparkeerde rollators, stellingen, fietsen en dozen die tijdelijk in de doorgang staan. Zulke obstakels zie je vaak pas op het moment dat het misgaat.
Twijfel je of jouw vluchtroutes goed genoeg zijn? Laat ze dan beoordelen door een specialist. Die kijkt naar de breedte, de drempels, de bewegwijzering en de hele looproute naar buiten. Wil je weten waar je pand nu staat, win dan advies over brandveiligheid in. Zo weet je welke aanpassingen echt nodig zijn en welke je kunt laten zitten.
Toegankelijkheid en brandveiligheid versterken elkaar. Een route zonder hindernissen is voor iedereen sneller, ook voor mensen die goed ter been zijn. Met drie maatregelen kom je een flink eind.
Een vaste helling of drempelhulp overbrugt een opstap. Let erop dat de helling stevig ligt, antislip is en zelf geen obstakel vormt. Een losse hulp die verschuift, helpt niemand bij een haastige uitgang. Wil je je zaak drempelvrij maken? Begin dan bij de uitgangen.
Maak van vrije looproutes een vaste afspraak. Laat medewerkers geen spullen in gangen of bij uitgangen neerzetten. Geef hulpmiddelen zoals rollators en scootmobielen een vaste plek langs de wand. Zo staan ze nooit in de route, en kan iemand ze toch snel bereiken.

Hang pictogrammen op ooghoogte en zorg voor noodverlichting die bij stroomuitval blijft werken. Controleer regelmatig of de route er nog net zo uitziet als op de plattegrond. Een verplaatste kast of een afgesloten deur valt anders pas op tijdens een echte ontruiming.
Je ziet de zwakke plekken het snelst als je de route echt loopt. Begin bij de plek waar mensen het langst verblijven. Volg de route tot buiten en let op elke drempel, bocht en deur. Doe dat ook eens met een rolstoel of rollator. Of vraag iemand die er dagelijks mee werkt om mee te lopen.
Noteer wat je opvalt: een opstap, een klemmende deur, een gang die vol staat. Los de kleine punten direct op. Leg de grotere punten voor aan de eigenaar van het pand of een specialist. Herhaal deze controle een paar keer per jaar, bijvoorbeeld na een verbouwing of verhuizing.
Een winkel, kantoor of praktijk heeft vaak bezoekers die het pand niet kennen. Zij weten niet waar de uitgang zit en welke route toegankelijk is. Lees ook wat toegankelijkheid van gebouwen in de praktijk inhoudt.
Leg bovendien vast wie mensen met een beperking helpt bij een ontruiming. Bespreek dit met je bedrijfshulpverleners en oefen het minstens eenmaal. Een plan op papier helpt pas als iedereen weet wat hij moet doen.
Een veilige evacuatie begint bij een route zonder verrassingen. Bij drempels en vluchtwegen werkt een vaste aanpak het best. Overbrug of verwijder drempels, houd looproutes vrij en loop je vluchtroute regelmatig na. Laat een specialist meekijken waar je twijfelt. Zo kan iedereen, met of zonder hulpmiddel, het pand op tijd verlaten.